Medezeggenschapsstatuut

Medezeggenschapsstatuut

Stichting Passend Primair Onderwijs Haaglanden

 

Hoofdstuk 1             Algemene bepalingen

Artikel 1        Begripsbepalingen

  1. wet: de Wet medezeggenschap op scholen (Stb. 2006, 658);
  2. bestuur: het bestuur van het samenwerkingsverband SPPOH;
  3. OPR: de ondersteuningsplanraad van het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 4a de Wet medezeggenschap op scholen;
  4. scholen: de scholen als bedoeld in artikel 18a, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs;
  5. ouders: de ouders, voogden of verzorgers van de leerlingen van de scholen;
  6. personeel: 1. afgevaardigd in de OPR, het personeel dat in dienst is dan wel ten minste 6 maanden te werk gesteld is zonder benoeming bij ten minste één van de scholen; 2. MRp, medewerkers die voor 6 maanden of langer worden gedetacheerd bij of ingehuurd door het samenwerkingsverband.
  7. geleding: de afzonderlijke groepen van leden, als bedoeld in artikel 4a, tweede lid, van de wet; 
  8. statuut: dit medezeggenschapsstatuut.
  9. medezeggenschapsreglement: 1. het medezeggenschapsreglement van de OPR  SPPOH; 2. Het medezeggenschapsreglement van de MRp
  10. termijn: werkbare lesdagen of lesweken. Vakanties tellen niet mee;
  11. directeur: degene die belast is met de dagelijkse leiding van het samenwerkingsverband door het onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur uitoefenen van taken en bevoegdheden die aan hem of haar door het dagelijks bestuur zijn gemandateerd;
  12. dagelijks bestuur: bestuursleden die leiding geven aan de dagelijkse gang van zaken binnen het samenwerkingsverband;
  13. MRp: de medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 3, leden 1 en 5 van de wet;

Artikel 2        Werkingsduur en wijziging statuut

  1. Het statuut treedt in werking op 1 augustus 2018.
  2. Het DB, de OPR en de MRp kunnen ieder voorstellen doen tot aanpassing van het statuut.
  3. Het bestuur legt het statuut en elke wijziging daarvan als voorstel voor aan de OPR en de MRp en stelt het (gewijzigde) statuut slechts vast voor zover het na overleg vooraf met de OPR en MRp al dan niet gewijzigde voorstel de instemming van ten minste twee derde deel van het aantal leden van de OPR en twee derde deel van de leden van de MRp heeft verworven.
  4. Dit  statuut heeft een werkingsduur van een jaar. Twee maanden voor het verstrijken van het eerste jaar, doch uiterlijk 1 juni 2019, legt het bestuur aan de OPR en de MRp een voorstel voor om het statuut, al dan niet met wijzigingen, opnieuw vast te stellen.

Hoofdstuk 2             Inrichting van de medezeggenschap

Artikel 3A      Samenstelling van  de OPR en de MRp

  1. Bij het samenwerkingsverband is een OPR ingesteld.
  2. De OPR bestaat uit 18 leden afgevaardigd door de leden van de afzonderlijke medezeggenschapsraden van de scholen, en wel zo dat het aantal leden, afgevaardigd uit het personeel van de scholen onderscheidenlijk uit ouders, elk de helft van het aantal leden van de OPR bedraagt.
  3. De afvaardiging van de leden van de OPR vindt plaats overeenkomstig het medezeggenschapsreglement van de OPR.

Artikel 3B       Samenstelling van de MRp

De MRp bestaat uit vijf leden die uit en door het personeel worden gekozen in overeenstemming met medezeggenschapsreglement van SPPOH.

Artikel 4        Overleg met bestuur

  1. Het bestuur en de OPR komen bijeen indien de OPR dan wel het bestuur daarom onder opgave van redenen verzoekt.
  2. Indien twee derde deel van de leden van de OPR en de meerderheid van elke geleding dat wensen, voert het bestuur de in het eerste lid bedoelde bespreking met elke geleding afzonderlijk.
  3. De directeur van het samenwerkingsverband  voert namens het bestuur het overleg, als bedoeld in dit statuut, met de OPR.
  4. Op verzoek van de OPR of op verzoek van de directeur kan het bestuur besluiten de directeur  te ontheffen van zijn taak om een bespreking namens het bestuur te voeren.
  5. Op verzoek van de OPR voert het bestuur in bijzondere gevallen zelf de besprekingen met de OPR.

6.    Artikel 4.1, 4.3, 4.4 en 4.5 zijn eveneens van toepassing op Overleg tussen MRp en Bestuur

Hoofdstuk 3             Informatievoorziening

Artikel 5        Beschikbaar stellen informatie door het bestuur

  1. Het bestuur stelt, gevraagd en ongevraagd, de informatie die de OPR en de MRp nodig hebben voor het uitoefenen van de taken, tijdig en op een toegankelijke wijze en beschikbaar. Onder  ‘tijdig’ wordt verstaan: vanaf de beginfase van de beleidsontwikkeling, en in ieder geval op een zodanig tijdstip dat de OPR en de MRp de informatie bij de uitoefening van hun taken kan betrekken, en zo nodig deskundigen kan  raadplegen. Onder ‘op een toegankelijke wijze’ wordt verstaan: op een wijze waardoor de informatie begrijpelijk, relevant en helder is voor de OPR en de MRp bij de uitoefening van hun taken.
  2. Het bestuur stelt de in het voorgaande lid bedoelde informatie langs digitale weg, ter beschikking.
  3. Alle bedoelde informatie is openbaar tenzij anders  bepaald door het van toepassing zijn van hetgeen is bepaald in artikel 18 van het medezeggenschapsreglement  (“Geheimhouding”)
  4. De OPR en de MRp ontvangen in elk geval:
    1.  jaarlijks de begroting en bijbehorende beleidsvoornemens op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied;
    2. jaarlijks voor 1 mei informatie over de berekening die ten grondslag ligt aan de middelen uit 's Rijks kas die worden toegerekend aan het bestuur;
    3. jaarlijks voor 1 juli het jaarverslag;
    4. de uitgangspunten die het bestuur hanteert bij de uitoefening van zijn bevoegdheden;
    5. terstond informatie over elk oordeel van de klachtencommissie, bedoeld in artikel 14 van de Wet op het primair onderwijs, waarbij de commissie een klacht gegrond heeft geoordeeld en over de eventuele maatregelen die het bestuur naar aanleiding van dat oordeel zal nemen;
    6. ten minste eenmaal per jaar schriftelijk gegevens over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken van de in het samenwerkingsverband werkzame personen en de leden van het bestuur;
    7. tenminste eenmaal per jaar schriftelijk gegevens over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken met het orgaan van de rechtspersoon dat is belast met het toezicht op het samenwerkingsverband;
    8. aan het begin van het schooljaar schriftelijk de gegevens met betrekking tot de samenstelling van het bestuur, de organisatie binnen het samenwerkingsverband, het managementstatuut en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid.

Artikel 6        Informatieverstrekking aan achterban en wederzijds

  1. De OPR doet aan de leden van de medezeggenschapsraden van de scholen gevraagd en ongevraagd

schriftelijk verslag over zijn activiteiten en stelt elk van die leden in de gelegenheid om met de raad overleg te voeren. De OPR informeert de leden in ieder geval in de regel binnen een redelijke termijn na een OPR-vergadering of een vergadering tot overleg met het bestuur. Een redelijke termijn is in de regel binnen 15 dagen.

  1. De MRp doet aan de medewerkers zoals bedoeld in Artikel 1. G.2. gevraagd en ongevraagd

schriftelijk verslag over zijn activiteiten en stelt elk van die medewerkers in de gelegenheid om met de raad  overleg te voeren. De MRp informeert de leden in ieder geval in de regel binnen een redelijke termijn na een vergadering van de MRp of een vergadering tot overleg met het bestuur. Een redelijke termijn is in de regel binnen 15 dagen.

  1. Alle informatie wordt in principe digitaal verstrekt.
  2. De MR en de OPR doen elkaar gevraagd en ongevraagd schriftelijk verslag over hun activiteiten.
  3. Elk van hen stelt de andere raad in de gelegenheid om over aangelegenheden die deze andere raad in het bijzonder aangaat, met hen overleg te voeren.

Hoofdstuk 4             Faciliteiten

Artikel 7        Faciliteiten

  1. Het bestuur staat de OPR en de MRp het gebruik toe van de voorzieningen waarover het bestuur kan beschikken en die de OPR en de MRp voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft.
  2. De OPR stelt jaarlijks een activiteitenplan met begroting op voor medezeggenschapsactiviteiten. Het activiteitenplan met de bijhorende begroting worden door het bestuur na overleg met de OPR vastgesteld.
  3. Het bestuur treft, op basis van het gestelde in lid 2 van dit artikel, een regeling voor de redelijkerwijs noodzakelijke kosten van medezeggenschapsactiviteiten die door de OPR worden ondernomen, daaronder begrepen scholingskosten, kosten voor inhuur van deskundigen en kosten van het voeren van rechtsgedingen.
  4. Het bestuur treft  een regeling voor de redelijkerwijs noodzakelijke kosten van medezeggenschaps-activiteiten die door de MRp worden ondernomen, daaronder begrepen scholingskosten, kosten voor inhuur van deskundigen en kosten van het voeren van rechtsgedingen. De maximale vergoeding wordt voor het eerste jaar bepaald op € 1008,--. Voor de daarop volgende jaren wordt het bedrag  jaarlijks vastgesteld op basis van ervaringsgegevens en in goed overleg met het bestuur. (Zie ook huishoudelijk reglement van de MRp.)
  5. Het bestuur treft een regeling voor de leden van de OPR afkomstig uit het personeel voor faciliteiten in tijd ten behoeve van het voeren van overleg, scholing en overige medezeggenschapsactiviteiten. Deze faciliteiten worden vastgesteld op een zodanige omvang als redelijkerwijs noodzakelijk is voor de taakvervulling door de leden van de OPR.  De betreffende personeelsleden worden daarom voor 60 uur per schooljaar vrijgesteld van hun reguliere taken.  De betreffende schoolbesturen worden hiervoor financieel gecompenseerd (aantal uren maal het uurloon schaal LB regel 12).
  6. Het bestuur kent een vacatievergoeding toe aan ouders die lid zijn van de OPR ter grootte van
    € 100,- per deelgenomen vergadering (inclusief reiskosten en overige kosten) met een maximum van € 500,- per kalenderjaar.
  7. De onder lid 5 genoemde faciliteiten worden vermeerderd voor degene die de taak van secretaris van de OPR op zich neemt. Het personeelslid dat de taak van secretaris op zich neemt wordt voor 40 uur vrijgesteld van reguliere taken. Een ouder die de taak van voorzitter of secretaris op zich neemt, ontvangt boven de reguliere vacatievergoeding een aanvullende vergoeding van € 500,-. De OPR kent één secretaris.
  8. In onvoorziene gevallen  (buiten het activiteitenplan en de begroting) vindt overleg met het dagelijks bestuur plaats.
  9. De leden van de MRp worden voor 40 uur per schooljaar vrijgesteld van hun reguliere taken t.b.v. werkzaamheden voor de MRp. Na het eerste jaar wordt geëvalueerd of deze hoeveelheid dient te worden aangepast.

Artikel 8        Wijze van beschikbaarstelling faciliteiten

  1. Op  verzoek van de OPR stelt het bestuur de faciliteiten terstond aan  de OPR beschikbaar.
  2. Op het schriftelijk verzoek van  de OPR vergoedt het bestuur de OPR terstond de kosten als bedoeld in artikel 7, lid 3. De OPR kan het bestuur verzoeken deze kosten rechtstreeks aan de deskundige of andere derde partij te betalen. In dit laatste geval voldoet het bestuur terstond aan dat verzoek.
  3. De door de MRp gemaakte kosten zoals bedoeld in Artikel 7.4 worden door SPPOH rechtstreeks betaald aan betrokkenen.